De kenmerken van een convector verwarming

2 min read
convector verwarming

Dit artikel gaat over de kenmerken van convector verwarming. We beginnen met uit te leggen wat convectiewarmte is. Dat wordt nog duidelijk als we vervolgens vertellen wat stralingswarmte is.

convector verwarming

Convectiewarmte

In dit geval wordt gebruikgemaakt van convectie van lucht. Koude lucht is compacter en daarom zwaarder dan warme lucht. Bij het opwarmen van lucht beginnen de moleculen sneller te bewegen en neemt die lucht meer ruimte in. Op basis van volume wordt die daarom lichter. De zwaardere lucht zakt en de lichtere stijgt. In een warme convector wordt lucht verwarmd en die stijgt dan op. Daardoor ontstaat aan de onderkant van de convector een tekort aan lucht en ontstaat er daar een aanzuigkracht. Omdat koude lucht zich laag bevindt, is het die lucht die wordt aangezogen. Die wordt verwarmd en stijgt weer op, en zo is er een circulatie van lucht. Als warme lucht het plafond bereikt, dan kan die niet verder stijgen en gaat zijwaarts bewegen. Dat kan tot aan een wand. Doordat de koude lucht is aangezogen door de convector, ontstaat er op vloerniveau een tekort aan lucht en dus beweegt de lucht, die zich eerst zijwaarts bewoog en geleidelijk is afgekoeld, zich nu omlaag. Zo wordt bij convectie een ruimte verwarmd door luchtcirculatie.

Stralingswarmte

Bij stralingswarmte vindt verwarming op een directe manier plaats. Zonnestraling is een goed en bekend voorbeeld. De zonnestraling valt op onze huid en we voelen warmte. In principe wordt er bij stralingswarmte geen lucht verwarmd, zoals dat bij convectiewarmte juist wel gebeurt en we het dan op een indirecte manier warm krijgen. De straling valt ergens op en dat wordt daardoor warm. Als we praten over een traditionele CV-installatie, dan kunnen er radiatoren en/of convectoren worden gebruikt. Zeker bij radiatoren vindt er zowel straling als convectie plaats. Bij een convector kan ook straling optreden, maar veel meer convectie. De scheiding tussen een radiator en een convector is daarom vaak wat lastig te maken. Een uitzondering is een convectorput, waarbij er geen of zeer weinig straling kan optreden.